Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vergaderjaar 2013-2014

Nr. 19

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 oktober 2013

Mede namens de minister-president en de viceminister-president, bied ik u een overzicht aan van de afspraken die het kabinet heeft gemaakt met de fracties van D66, ChristenUnie en SGP en de coalitiefracties. Deze begrotingsafspraken maken het mogelijk de gezamenlijke ambities te realiseren voor economische groei en werkgelegenheid, solide overheidsfinanciën en een evenwichtige inkomensverdeling. Vanuit het perspectief van alle betrokkenen bevat het pakket elementen die belangrijk zijn voor de toekomst van Nederland. Een toekomst met meer banen, beter onderwijs en een duurzame economie. De positie van gezinnen met kinderen krijgt bijzondere aandacht.

Het voorliggende financiële pakket werkt door in de eerder ingediende begrotingen c.q. de bijbehorende wet- en regelgeving inclusief het Belastingplan 2014 (bijlage 1). Het bevat lastenverlichting op arbeid, die de werkgelegenheid vergroot en de koopkracht op korte termijn verbetert. Voorts wordt structureel de marginale druk beperkt. De lastenverlichting wordt voornamelijk gedekt uit een aantal vergroeningsmaatregelen. Intensiveringen zijn voorzien op terreinen als onderwijs en innovatie, inkomensondersteuning voor gezinnen met kinderen. Om dit mogelijk te maken zal de prijsbijstelling in 2014 worden ingehouden en zal binnen de sociale zekerheid en zorg aanvullend worden omgebogen.

De ambities op het terrein van de werkgelegenheid blijken ook uit de afspraken die partijen hebben gemaakt rond de uitvoering van het sociaal akkoord (bijlage 2). De afspraken uit het sociaal akkoord zijn het uitgangspunt. De ambities voor de groei van de werkgelegenheid worden vergroot. Daartoe wordt een aantal maatregelen versneld. De bestrijding van de jeugdwerkloosheid krijgt nog meer prioriteit. Dit komt tot uiting in de sectorplannen. Tevens zal er binnen het onderwijs een stevige slag gemaakt worden met snellere en effectievere opleidingen. Voor ouderen wordt het aantrekkelijker gemaakt om langer door te werken na de AOW-gerechtigde leeftijd. Voor 2014 wordt de inspanning verdubbeld om mensen met een beperking aan het werk te helpen in de marktsector.

Bovendien zullen de maatregelen rond de verbetering van de positie van flexwerkers en aanpassing van het ontslagrecht met een half jaar worden versneld. Binnen de WW-hervorming zal de verbreding van het begrip passende arbeid en de inkomstenverrekening een jaar eerder worden ingevoerd.

Deze en andere aanpassingen dragen eraan bij dat mensen eerder aan het werk komen en werken altijd loont. De ambitie is dat de werkgelegenheid stijgt met 0,8% ofwel ruim 50 duizend banen op termijn. Hiermee worden de werkgelegenheidseffecten van het Regeerakkoord overtroffen.

De begrotingsafspraken 2014 bevat per saldo meer lastenverlichting en meer ombuigingen. Tegelijkertijd vindt een vergroening van de belastingen plaats waardoor de lasten op arbeid worden verlaagd. Ook daalt de marginale druk onder behoud van een evenwichtige inkomensverdeling (bijlage 3).

Aan de uitgavenkant van de begroting wordt fors en reeds op korte termijn geïnvesteerd in onderwijs en verdere ondersteuning van de positie van gezinnen met kinderen. De eerder voorgenomen besparingen op de Algemene Nabestaandenwet gaan niet door. Er komt extra geld voor defensiepersoneel en structureel extra geld voor regionaal werkgelegenheidsbeleid. Hiertegenover staan aanvullende ombuigingen bij de verschillende departementen, sociale zekerheid en zorg.

De wijziging van de begrotingen als gevolg van deze afspraken zullen zo spoedig mogelijk per begroting, bij Nota van Wijziging voorafgaand aan de betreffende begrotingsbehandeling, aan de Tweede Kamer gezonden worden.

De belastingmaatregelen die op grond van deze afspraken op 1 januari 2014 in werking moeten treden, worden opgenomen in een Nota van Wijziging op het wetsvoorstel Belastingplan 2014 (Kamerstuk 33 752). Deze zal de Kamer zo spoedig mogelijk bereiken.

In samenhang met de budgettaire verwerking van de maatregelen zullen de kaders worden herijkt.

De Minister van Financiën,
J.R.V.A. Dijsselbloem

BIJLAGE 1: BUDGETTAIRE AFSPRAKEN

-/- is EMU-saldoverbeterend

2014

2015

2016

2017

Struc.

Lastenverlichting

1.030

1.779

1.768

1.630

1.596

Terugdraaien versobering zelfstandigenaftrek

 

300

300

300

300

Fiscale ondersteuning chronisch zieken en gehandicapten (incl. TSZ)

 

438

438

438

438

Verlagen tarief box 2

– 1.018

– 296

105

169

0

Verlaagd BTW-tarief renovatie en onderhoud (incl. architecten en hoveniers)

213

       

         

Lastenverlichting op arbeid

1.835

1.337

925

723

858

Terugdraaien afbouw AHK 4e schijf

 

480

480

480

480

Lastenverlichting bedrijven

218

657

445

243

378

Arbeidsmarkt jongeren

100

200

     

Verlaging tarief eerste schijf

1.517

       
           

Lastenverzwaring

– 480

– 1.168

– 1.188

– 1.201

– 1.215

MRB

– 250

– 250

– 250

– 250

– 250

Aanscherpen CO2-grenzen BPM

 

– 200

– 200

– 200

– 200

Leidingwaterbelasting

– 205

– 205

– 205

– 205

– 205

Belasting op afval storten

– 25

– 100

– 100

– 100

– 100

Box 2: verlaging marge gebruikelijk loon

 

– 150

– 150

– 150

– 150

Werkbonus

 

– 163

– 183

– 196

– 210

Bestrijding schijnconstructies

 

– 100

– 100

– 100

– 100

           

Intensiveringen

10

1.070

1.228

1.396

1.437

Onderwijskwaliteit en innovatie

6501

650

600

600

600

Behoud gratis schoolboeken

 

247

187

187

185

Publieke omroep

   

50

50

50

           

Kindregelingen

         

Kinderbijslag (handhaven leeftijdsdifferentiatie)

47

236

422

560

560

Kindgebonden budget (halveren voorgenomen verhoging eerste en tweede kind)

– 18

– 149

– 150

– 149

– 147

Koopkrachtenvelop

– 69

– 64

– 56

– 49

– 49

Kinderopvangtoeslag

(100)

(100)

(100)

(100)

(100)

           

Defensie

50

90

90

90

90

Regionale werkgelegenheid

 

50

50

50

50

Terugdraaien versobering ANW

 

8

23

35

74

Overig (AIVD, TOG en mantelzorg)

 

2

12

22

24

Noot 1: Het volledige bedrag komt in 2013 tot besteding.

-/- is EMU-saldoverbeterend

2014

2015

2016

2017

Struc.

Ombuigingen

– 560

– 1.681

– 1.808

– 1.825

– 1.818

Korting prijsbijstelling 2014

– 480

– 480

– 480

– 480

– 480

Beperken maatwerkvoorziening

 

– 438

– 438

– 438

– 438

Herschikking subsidies

 

– 55

– 110

– 110

– 110

           

Sociale zekerheid

         

Steiler afbouwen huishoudentoeslag

 

– 150

– 159

– 166

– 166

Koopkrachtenvelop

 

– 120

– 128

– 135

– 135

Prikkelwerking inkomensdeel WWB/aanscherpen alimentatie

 

– 140

– 180

– 180

– 180

Inhouden loon/prijsbijstelling 2014 UWV/SVB (premiedeel)

 

– 30

– 30

– 30

– 30

           

Zorg

         

Ramingsbijstelling geneesmiddelen

 

– 75

– 75

– 75

– 75

Plafond academische component

 

– 36

– 57

– 80

– 73

Tariefstelling hulpmiddelen

 

– 145

– 145

– 145

– 145

MEE-budget

 

– 25

– 25

– 25

– 25

Transitie hervorming Langdurige Zorg

 

– 75

– 85

– 95

– 95

Doelmatiger zorginkoop AWBZ

 

– 30

– 30

– 30

– 30

           

Ex ante doorwerking GF/PF

– 80

118

134

164

164

Totaal

0

0

0

0

0

Lastenverlichting

Terugdraaien versobering zelfstandigenaftrek

In het aanvullend pakket wordt de verlaging van de zelfstandigenaftrek geheel teruggedraaid (300 mln.).

Fiscale ondersteuning chronisch zieken en gehandicapten (incl. TSZ)

Naast de resterende maatwerkvoorziening voor gemeenten blijft de huidige fiscale voorziening voor chronisch zieken en gehandicapten in aangepaste vorm in de jaren 2014 en verder gehandhaafd. De maatregel wordt aangescherpt, uitgaven waarvoor een voorliggende voorziening bestaat in de Wmo (o.a. uitgaven voor woningaanpassingen) worden van de fiscale aftrek uitgezonderd.

Verlagen tarief box 2

Het box 2 tarief wordt in 2014 incidenteel verlaagd van 25% naar 22%. Dit levert op korte termijn kasopbrengsten op en leidt in latere jaren tot derving.

Verlaagd BTW-tarief renovatie en onderhoud (incl. architecten en hoveniers)

Het verlaagde BTW-tarief voor bouw en renovatie geldt voor heel 2014. Dit is conform de huidige regeling inclusief architecten en hoveniers.

Lastenverlichting op arbeid

Terugdraaien afbouw algemene heffingskorting 4e schijf

Door de volledige afbouw van de algemene heffingskorting stijgt de marginale druk. Het terugdraaien van deze maatregel in de 4e schijf zorgt voor een lastenverlichting van 480 mln. en een daling van de marginale druk.

Lastenverlichting bedrijven

Een deel van de lastenverlichting op arbeid wordt gegeven via bedrijven. Door werkgeverspremies te verlagen (awf/aof) wordt arbeid goedkoper gemaakt.

Arbeidsmarkt jongeren

De premiekortingsregeling voor uitkeringsgerechtigden wordt aangepast en meer gericht op het ondersteunen van de arbeidsmarktpositie van jongeren.

Verlaging tarief eerste schijf

Om op korte termijn de bestedingen te stimuleren, wordt het tarief eerste schijf in 2014 verlaagd.

Lastenverzwaring

MRB

De geplande verlaging van de MRB vervalt.

Aanscherpen CO2– grenzen BPM

In de BPM worden vanaf 2015 de CO2 grenzen verder aangescherpt. De opbrengst van deze verdere aanscherping van de CO2 grenzen in de belastingwetgeving bedraagt 200 mln.

Leidingwaterbelasting

Het tarief van de belasting op leidingwater wordt verhoogd. Tevens vervalt het maximumverbruik van 300m³ waarover wordt geheven in de leidingwaterbelasting.

Belasting op afval storten

De heffing op afval storten wordt opnieuw ingevoerd.

Box 2: Verlaging marge gebruikelijk loon

Het loon van een aanmerkelijkbelanghouder (AB-houder) wordt vastgesteld aan de hand van een gebruikelijk loon: het loon dat gebruikelijk is voor het niveau en de duur van het werk. Dit gebruikelijk loon mag volgens huidige wetgeving tot 30% afwijken van (lager zijn dan) het «marktloon». Dit percentage wordt per 2015 zodanig aangepast dat deze maatregel 150 mln. oplevert.

Werkbonus

De werkbonus voor werkenden van 61 tot 64 jaar wordt vanaf 1 januari 2015 voor nieuwe gevallen afgeschaft. Voor bestaande gevallen blijft de werkbonus op het huidige niveau. Vanaf 2018 is de werkbonus volledig afgeschaft. Dit levert structureel een besparing op van 210 mln.

Bestrijding schijnconstructies

Door middel van het aanpakken van oneigenlijk gebruik van de ondernemersfaciliteiten (waaronder schijnconstructies) wordt 100 mln. bespaard.

Intensiveringen

Onderwijskwaliteit en innovatie

   

2014

2015

2016

2017

Struc.

1

Betere leraren en schoolleiders in PO, VO, MBO

 

80

80

100

100

2

Concierges en klassenassistenten

 

50

50

50

50

3

Passend onderwijs (uitvoering motie Voordewind-Ypma)

 

15

50

50

50

4

Extra onderwijstijd PO, VO, MBO (Zomerscholen schakelklassen)

 

25

25

25

25

5

MBO praktijk/techniek

 

100

100

100

100

6

Onderzoek en innovatie

 

100

100

100

100

7

Kleine scholen

 

20

20

   

8

Lumpsum (PO, VO, MBO, HO)

6501

260

175

175

175

 

totaal

650

650

600

600

600

Noot 1: Het volledige bedrag komt in 2013 tot besteding.

  • 1.  Betere leraren en schoolleiders motiveren jongeren meer, beperken het zittenblijven en zorgen voor een snellere doorstroom naar het juiste opleidingsniveau en de juiste opleiding. Dit geeft een impuls aan de kwaliteit van het onderwijs.
  • 2.  Conciërges en klassenassistenten ontlasten leraren zodat zij meer tijd aan onderwijs kunnen besteden.
  • 3.  Middelen zijn bestemd voor het onderbrengen van LWOO (Leerweg ondersteunend onderwijs) en PRO (praktijkonderwijs) in het passend onderwijs.
  • 4.  Extra onderwijstijd wordt verlengd door ondermeer zomerscholen en schakelklassen. Dit voorkomt zittenblijven.
  • 5.  Beter technisch praktijkonderwijs lost knelpunten op de arbeidsmarkt op.
  • 6.  Geld is beschikbaar voor onder meer de open competitieve programma’s van NWO. Tenminste de helft zal worden ingezet voor de Rijkscofinancieringsbehoefte voor Horizon 2020.
  • 7.  Voor 2015 en 2016 is 20 mln. beschikbaar om de kwaliteit van kleine scholen te verbeteren.
  • 8.  Om op korte termijn de onderwijskwaliteit te verbeteren wordt in 2013 650 mln. beschikbaar gesteld voor de lumpsum. Structureel is 175 mln. beschikbaar.

Behoud gratis schoolboeken

De RA-maatregel «afschaffen gratis schoolboeken» wordt teruggedraaid.

Publieke omroep

Er komt 50 mln. beschikbaar voor de publieke omroep vanaf 2016.

Kinderbijslag (handhaven leeftijdsdifferentiatie)

De maatregel waarbij de leeftijdsdifferentiatie in de kinderbijslag zou vervallen wordt volledig teruggedraaid.

Kindgebonden budget (halveren voorgenomen verhoging 1e en 2e kind)

De verhogingen van de bedragen voor het eerste en tweede kind in het kindgebonden budget worden gehalveerd. Voor een huishouden met kindgebonden budget en twee kinderen tussen 6 en 11 jaar is het voordeel per saldo dan nog zestig euro. De voorgenomen kop voor alleenstaande ouders blijft gehandhaafd.

Koopkrachtenvelop

Een deel van de koopkrachtenvelop wordt aangewend.

Kinderopvangtoeslag

Er wordt 100 mln. ingezet t.b.v. de kinderopvangtoeslag die zodanig wordt aangepast dat de marginale druk voor de midden en hogere inkomens wordt verlaagd.

Defensie

Er komt 50 mln. in 2014 en 90 mln. vanaf 2015 beschikbaar voor Defensie.

Regionale werkgelegenheid

Er komt vanaf 2015 50 mln. per jaar beschikbaar voor regionale werkgelegenheid. Met deze middelen blijft de kazerne in Assen open en het 45e pantserinfanteriebataljon in Ermelo blijft behouden. Daarnaast blijft TBS-kliniek Veldzicht open.

Terugdraaien versobering ANW

Dit betreft het terugdraaien van de RA maatregel «ANW naar maximaal 1 jaar».

Overig (AIVD, TOG en mantelzorg)

 

2014

2015

2016

2017

Struc.

AIVD (tranche 2014 gedekt binnen begroting BZK)

10

12

22

32

34

Mantelzorg (gedekt binnen begroting VWS)

11

11

11

11

11

TOG (gedekt binnen begroting SZW)

0

4

4

4

4

Totaal

21

27

37

47

49

wv nog te dekken

0

2

12

22

24

Ombuigingen

Korting prijsbijstelling 2014

De prijsbijstelling tranche 2014 wordt gekort.

Beperken maatwerkvoorziening

Als gevolg van het handhaven van een fiscale regeling voor chronisch zieken en gehandicapten wordt de maatwerkvoorziening beperkt. Het resterende budget voor de maatwerkvoorziening blijft beschikbaar voor gemeenten.

Herschikking subsidies

De middelen voor het bedrijfsleven worden vanaf 2015 herschikt en de subsidies rijksbreed verlaagd.

Sociale zekerheid

Steiler afbouwen huishoudentoeslag

De afbouw van de huishoudentoeslag wordt aangepast van 10½ procent naar circa 11 procent.

Koopkrachtenvelop

Een deel van de koopkrachtenvelop wordt aangewend.

Prikkelwerking inkomensdeel WWB/aanscherpen alimentatie

De verbetering van de prikkelwerking WWB leidt vanaf 2015 tot een besparing doordat meer gemeenten actief proberen het aantal bijstandsontvangers te beperken. Daarnaast worden de alimentatie-regels zodanig aangepast dat de uitgaven aan de bijstand dalen. Dit behelst een afname van het macro-budget van de bijstand voor de gemeenten.

Inhouden LPO 2014 UWV/SVB (premiedeel)

De loon- en prijsbijstelling 2014 voor de premiegefinancierde uitvoeringskosten van het UWV en de SVB wordt ingehouden.

Zorg

Ramingsbijstelling geneesmiddelen

Mede als gevolg van het succes van preferentiebeleid door zorgverzekeraars kan de raming voor de uitgaven aan geneesmiddelen neerwaarts worden bijgesteld.

Plafond academische component

Het plafond van de beschikbaarheidsbijdrage academische component wordt verlaagd. De academische ziekenhuizen kunnen via verbetering van de efficiency deze verlaging realiseren, zonder het zorgaanbod te beperken.

Tariefstelling hulpmiddelen

Met zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties worden afspraken gemaakt om door scherpe inkoop van hulpmiddelen in 2015 een besparing te realiseren. Het tariefinstrument kan ingezet worden.

MEE-budget

Het takenpakket van de MEE organisaties wordt versoberd.

Transitie Hervorming Langdurige Zorg

Het betreft hier middelen die vrijvallen als gevolg van het vervallen van de regeling infrastructuur in het kader van de AWBZ (25 mln.), in- en uitvoeringskosten (25 mln.) en de vergoeding voor inventariskosten voor zorginstellingen (oplopend tot 45 mln.).

Doelmatiger zorginkoop AWBZ

De groeiruimte AWBZ wordt vanaf 2015 beperkt met 30 mln. door doelmatiger zorginkoop. De contracteerruimte zal hierop worden aangepast.

Ex ante Doorwerking GF/PF

De trap op trap af systematiek leidt tot een aanpassing van het GF/PF.

BIJLAGE 2: MEER WERKGELEGENHEID

De partijen onderschrijven het belang van maatschappelijk draagvlak. In de zware huidige economische omstandigheden is draagvlak cruciaal om de noodzakelijke structurele hervormingen op de arbeidsmarkt en in de sociale zekerheid duurzaam in te voeren. Onderstaande afspraken zijn een versnelde uitvoering van en een aanvulling op het sociaal akkoord en zijn maximaal gericht op het creëren van werkgelegenheid. Uiteraard met inachtneming van de mogelijkheden van de uitvoering. Op korte termijn is het vooral van belang de vraag naar arbeid te stimuleren. Op middellange en lange termijn wordt de werkgelegenheid gestimuleerd door de arbeidsmarkt beter te laten werken en het aanbod van arbeid te stimuleren.

In het sociaal akkoord wordt gekozen voor een actievere aanpak om werkloosheid te voorkomen en mensen van werk naar werk te helpen, het liefst vóór ze in de WW komen. De partijen die begrotingsafspraken 2014 hebben gemaakt, zijn het eens: het bieden van werkzekerheid en het voorkomen van werkloosheid staat centraal; het doel is het verblijf in de WW zo kort mogelijk te laten duren. Daar profiteren werknemers, werkgevers en de samenleving van, terwijl de overheidsfinanciën verbeteren.

Zekerheid en duidelijkheid zijn belangrijk voor een goede werking van de arbeidsmarkt. Daarom is besloten verschillende maatregelen uit het sociaal akkoord voortvarend en onomkeerbaar in te voeren. Daarmee zullen de afspraken een bijdrage leveren aan het noodzakelijk herstel van vertrouwen.

Onderstaande maatregelen zorgen ervoor dat de (oploop van de) werkloosheid op korte termijn wordt beperkt en dat de structurele werkgelegenheid sterker groeit dan was voorzien bij het Regeerakkoord. De ambitie is dat de werkgelegenheid stijgt met 0,8% ofwel ruim 50 duizend banen op termijn. Hiermee worden de werkgelegenheidseffecten van het Regeerakkoord overtroffen.

De volgende maatregelen vergroten op kortetermijn de vraag naar arbeid:

  • 1.  Substantiële lastenverlichting in 2014. Hiermee wordt de vraag naar arbeid bevorderd en het herstel van binnenlandse bestedingen ondersteund.
  • 2.  In 2014 en 2015 zal 1/3 van het beschikbare budget voor de sectorplannen worden ingezet voor het bestrijden van de jeugdwerkloosheid. Hiermee wordt voortgebouwd op de aanpak van de ambassadeur jeugdwerkloosheid.
  • 3.  Met extra middelen voor lastenverlichting wordt de premiekortingsregeling voor uitkeringsgerechtigden aangepast en meer gericht op het ondersteunen van de arbeidsmarktpositie van jongeren.
  • 4.  Er wordt structureel 50 mln. opgenomen voor regionaal beleid (krimpregio’s), waardoor de economische bedrijvigheid in krimpregio’s wordt ondersteund.
  • 5.  Werkgevers in de marktsector stellen zich garant om in 2014 reeds 5 duizend mensen met een beperking aan het werk te helpen. Dit is een verdubbeling van de eerdere toezegging. De gemeenten worden aangemoedigd de oprichting van de werkbedrijven spoedig ter hand te nemen.
  • 6.  Het verlaagd BTW-tarief voor bouw en renovatie wordt verlengd tot eind 2014.

De volgende maatregelen bevorderen de werkgelegenheid op (middel)lange termijn:

  • 7.  De maatregelen met betrekking tot Flexibel werk en Ontslag (Wet Werk en Zekerheid) worden een half jaar eerder ingevoerd (respectievelijk 1-7-2014 en 1-7-2015). Hierdoor komen flexwerkers eerder in aanmerking voor een vast contract, kunnen werknemers bij baanverlies sneller beschikken over het transitiebudget en wordt het ontslagrecht eerder gestroomlijnd. Dit draagt bij aan een betere balans tussen flexibiliteit en zekerheid en een betere werking van de arbeidsmarkt.
  • 8.  Het kabinet maakt vaart met een vrijwillige collectieve pensioenregeling voor zelfstandigen.
  • 9.  Al na 6 maanden (nu 12 maanden) wordt voor WW-ers alle arbeid als «passend» aangemerkt. Dit vergroot voor WW-gerechtigden het belang om snel werk op niveau te vinden. De invoering van dit onderdeel wordt met één jaar vervroegd naar 1-1-2015. Ook wordt de handhaving versterkt, zodat ook echt meer WW-ers eerder aan het werk gaan. Bovendien wordt de inkomstenverrekening vervroegd naar 1-1-2015, opdat arbeid altijd loont.
  • 10.  Om de banen voor mensen met een beperking eerder zeker te stellen, wordt de beoordeling of het quotum in werking dient te treden vervroegd naar eind 2015.
  • 11.  Bovenop andere maatregelen gericht op lastenverlichting gaat vanaf 2015 de afbouw van de algemene heffingskorting in de vierde schijf niet door. Deze en andere vormen van aanvullende lastenverlichting hebben ook een positief effect op de werkgelegenheid.
  • 12.  Vervroegde uittreding past niet binnen een steeds ouder en steeds vitaler oud wordende samenleving. De middelen voor nieuwe sectorplannen zullen niet worden ingezet voor het financieren van vervroegde uittreding.1
  • 13.  Langer doorwerken wordt bevorderd – ook na het bereiken van de pensioenleeftijd. Door het wegnemen van belemmeringen ontstaat er een lichter arbeidsrechtelijk regime voor AOW-gerechtigden, waardoor het eenvoudiger en aantrekkelijker wordt om oudere werknemers in dienst te nemen (of te houden). Tegelijkertijd wordt mogelijke verdringing van jongere werknemers door AOW-gerechtigden tegengegaan. Het kabinet stuurt de voorstellen uiterlijk eind november naar de Tweede Kamer.
  • 14.  Er komt een onderzoek naar knelpunten van loondoorbetaling bij ziekte en het ziekte- en arbeidsongeschiktheidsrisico voor werkgevers en naar mogelijkheden om de solidariteit te bevorderen onder MKB-werkgevers, bijvoorbeeld het verhogen van de verzekeringsgraad door middel van private herverzekering of collectieve fondsen voor MKB-werkgevers.
  • 15.  Het UWV maakt een businesscase over hoe en voor welke groepen de kansen op de arbeidsmarkt voor WAO-ers kan worden vergroot.
  • 16.  Het Nederlandse onderwijs presteert goed, maar kan nog beter. Binnen het onderwijssysteem is ruimte om onderwijsloopbanen effectiever en doelmatiger vorm te geven (minder zittenblijven, betere opleidingskeuze, meer doorstroming). Op die manier kan iedere leerling meer uit zijn/haar onderwijsloopbaan halen en valt winst te boeken voor onze arbeidsmarkt. Jaarlijks behalen immers grofweg 200.000 jongeren een mbo, hbo en wo diploma dat hen een goede uitgangspositie biedt voor de arbeidsmarkt. Als leerlingen het onderwijs een slag sneller zouden doorlopen, kan de Nederlandse arbeidsmarkt over meer goed opgeleid personeel beschikken. De minister van OCW zal in 2014 voorstellen doen om te zorgen dat leerlingen het onderwijs sneller en effectiever doorlopen.
  • 17.  De minister van SZW zal onderzoeken of en in hoeverre aanpassing van de arbeidstijd gunstige effecten heeft op de structurele werkgelegenheid en hoe dat geëffectueerd kan worden.

BIJLAGE 3: INKOMENSEFFECTEN BEGROTINGSAFSPRAKEN 2014

Tabel 1 laat de koopkrachtontwikkeling zien voor enkele voorbeeldhuishoudens op basis van de MEV, en de mutaties daarin als gevolg van het pakket. De tabel laat zien dat de koopkrachtontwikkeling door het pakket voor alle huishoudens aanzienlijk verbetert. Dit komt voor een belangrijk deel door de tijdelijke verlaging van het tarief in de eerste schijf met 0,75 procentpunt. In 2015 staat hier een spiegelbeeldig effect tegenover. Daarnaast is er voor gezinnen met kinderen een voordeel door het terugdraaien van het verlagen van de kinderbijslagbedragen voor oudere kinderen voor de groepen die met deze specifieke maatregelen te maken krijgen.

Tabel 1: koopkrachtontwikkeling 20141Zonder macro-economische doorwerking van het pakket.
 

MEV2014

2014 na pakket

verschil

Actieven:

     

Alleenverdiener met kinderen

     

modaal

– 1 ½

– ¾

+ ¾

2 x modaal

– 1 ¾

– 1 ¼

+ ½

       

Tweeverdieners

     

modaal + ½ x modaal met kinderen

¾

1 ½

+ ¾

2 x modaal + ½ x modaal met kinderen

– ¾

0

+ ½

modaal + modaal zonder kinderen

¼

1

+ ¾

2 x modaal + modaal zonder kinderen

– ¾

– ¼

+ ½

       

Alleenstaande

     

minimumloon

1 ½

2 ½

+ 1

modaal

¼

1

+ ¾

2 x modaal

– 1 ½

– 1

+ ½

       

Alleenstaande ouder

     

minimumloon

– 1 ½

– 1 ¼

+ ¼

modaal

– ½

¼

+ ¾

       

Inactieven:

     

Sociale minima

     

paar met kinderen

– 1 ¼

0

+ 1

alleenstaande

– ¼

½

+ 1

alleenstaande ouder

– ¾

¼

+ 1

       

AOW (alleenstaand)

     

(alleen) AOW

– ¼

½

+ ¾

AOW +10000

– 1 ¾

– 1

+ ¾

       

AOW (paar)

     

(alleen) AOW

– 1

– ½

+ ¼

AOW +10000

– 1 ¾

– 1

+ ¾

In tabel 1 zijn alleen wijzigingen meegenomen die voor iedereen van toepassing zijn. Maatregelen zoals het niet afschaffen van de aftrek specifieke zorgkosten, en het lagere tarief in box 2 zijn hierdoor niet zichtbaar, maar zorgen wel voor een aanzienlijk positief inkomenseffect.

Tabel 2: cumulatieve koopkrachtontwikkeling 2014–2017

Koopkrachtcijfers

Koopkracht 2014–2017 obv MEV

Koopkracht 2014–2017 na pakket1

verschil

Actieven:

     

Alleenverdiener met kinderen

     

modaal

– 4 ¼

– 1 ¾

+  2 ¾

2 x modaal

– 5

– 3 ½

+  1 ½

       

Tweeverdieners

     

modaal + ½ x modaal met kinderen

½

1 ¼

+  ¾

2 x modaal + ½ x modaal met kinderen

– 1 ¾

– ¾

+  1

modaal + modaal zonder kinderen

½

½

– ¼

2 x modaal + modaal zonder kinderen

– 1 ½

– 1 ¼

+  ¼

       

Alleenstaande

     

minimumloon

4 ½

4

– ¼

modaal

½

½

– ¼

2 x modaal

– 2 ¾

– 2

+  ½

       

Alleenstaande ouder

     

minimumloon

7 ¾

7 ¾

0

modaal

¼

1

+  ¾

       

Inactieven:

     

Sociale minima

     

paar met kinderen

– 1 ½

– 1 ¾

0

alleenstaande

– 2

– 2 ¼

– ¼

alleenstaande ouder

– 3 ¾

– 3 ½

0

       

AOW (alleenstaand)

     

(alleen) AOW

– 1

– 1 ¼

– ¼

AOW +10000

– 3 ½

– 4 ½

– ¾

       

AOW (paar)

     

(alleen) AOW

¼

0

– ¼

AOW +10000

– 3

– 4 ¼

– 1 ¼

Noot 1: In deze kolom is ook het integreren van het kindgebonden budget in de huishoudentoeslag verwerkt.

Inkomenseffecten voor de periode 2014–2017

Het pakket heeft ook effect op de koopkrachtontwikkeling na 2014. Er is geen recente raming van de economische ontwikkeling voor latere jaren beschikbaar, de doorrekening is daarom gebaseerd op de raming van het loon- en prijsontwikkeling door het CPB bij het regeerakkoord. Tabel 2 laat de koopkrachtontwikkeling zien voor de periode 2014–2017.

Voor hogere inkomens treden er positieve effecten op vanwege het niet volledig afbouwen van de algemene heffingskorting. Dit effect is niet volledig zichtbaar in de tabel omdat het voor belangrijk deel tussen 2x en 3x modaal optreedt. Gezinnen met kinderen worden ontzien door het terugdraaien van de verlaging van de kinderbijslagbedragen voor oudere kinderen. Voor lage inkomens is het voordeel beperkt, omdat de verhoging van het kindgebonden budget – als compensatie voor de bezuiniging op de kinderbijslag – deels vervalt. Alleenverdieners met een modaal inkomen gaan er – met name door het integreren van het kindgebonden budget in de huishoudentoeslag – circa 2 ¾ in inkomen op vooruit. Dit effect is verwerkt in tabel 2.

In het 6 miljard pakket is besloten de huishoudentoeslag gefaseerd in te voeren. Het gaat daarbij om het samenvoegen van de huidige zorgtoeslag, kindgebonden budget, huurtoeslag en een ouderencomponent in één toeslag. Eerder was de opname van de zorgtoeslag en ouderencomponent per 2015 al voorlopig ingevuld zoals gerapporteerd in de beantwoording van vragen bij de Miljoenennota (Kamerstuk 33 750 nr. 5). Het integreren van het kindgebonden budget in de huishoudentoeslag per 2017 is in de totstandkoming van het pakket verder uitgewerkt. De integratie pakt gunstig uit voor gezinnen met kinderen, waaronder alleenverdieners met een modaal inkomen. Alleenverdieners gaan er door de integratie gemiddeld circa 300 euro op vooruit. Andere groepen krijgen te maken met een hoger afbouwpercentage in de huishoudentoeslag. Deze effecten zijn meegenomen in tabel 2.

Noot 1: Voor het volgende aanvraagtijdvak zullen de subsidievoorwaarden hiervoor worden aangepast.