Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vergaderjaar 2013-2014

Nr. 42

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 mei 2014

Op 24 april 2014 heb ik tijdens het Algemeen Overleg met de vaste Kamercommissie Koninkrijksrelaties toegezegd uw Kamer een overzicht te verstrekken van de geldleningen aan de landen van het Koninkrijk (huidig en in nabije toekomst).

1. Geldleningen

Op dit moment staan (garantie)leningen aan Curaçao, Aruba en Sint Maarten op de balans van Nederland. Voor Curaçao en Sint Maarten betreft dit voornamelijk leningen die Nederland heeft overgenomen bij de wijziging van de staatkundige verhoudingen op 10-10-2010. Daarnaast hebben beide landen afgelopen jaren één maal gebruik gemaakt van de lopende inschrijving via Nederland. Voor Aruba betreft het leningen uit de jaren »80 en «90 van de vorige eeuw voor ontwikkelingsprojecten.

In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de openstaande leningen en op dit moment te verwachten leningen van Nederland aan Curaçao en Sint Maarten in 2014. In tabel 2 wordt inzicht gegeven in de geldleningen aan Aruba.

Tabel 1 Overzicht geldleningen Curaçao en Sint Maarten
 

Curaçao

Sint Maarten

Geldleningen per 10-10-2010

ANG 1.666 mln.

ANG 295 mln.

Lopende inschrijving tot en met 2013

ANG 60 mln.

ANG 26 mln.

Totaal uitstaande leningen

ANG 1.726 mln.

ANG 321 mln.

Ingediende leningverzoeken 2014

ANG 250 mln.

ANG 145 mln.

Maximale leencapaciteit bij rentelastnorm 5% en rekenrente 3%

ANG 3.650 mln.

ANG 1.005 mln

Ruimte onder norm (na leningen 2014)

ANG 1.674 mln.

ANG 539 mln.

1.1 Geldleningen 10-10-2010

Bij het transitieproces van de staatkundige verhoudingen van Koninkrijk per 10-10-2010 is een deel van de schulden van Curaçao en Sint Maarten gesaneerd. Daarnaast zijn bestaande leningen van de landen via Nederland geherfinancierd tegen een gunstiger rentetarief.

Voor Curaçao betreft dit een totaalbedrag van ANG 1.666 miljoen. Voor Sint Maarten betreft het leningen met een totale waarde van ANG 295 miljoen. De leningen hebben looptijden tussen de 10 en 30 jaar, welke gedurende de periode 2016–2040 tot terugbetaling zullen leiden. Tot op heden hebben zowel Curaçao als Sint Maarten tijdig de verschuldigde rentebetalingen voldaan.

1.2 Lopende inschrijving tot en met 2013

Met ingang van de nieuwe staatkundige verhoudingen staat voor Curaçao en Sint Maarten de mogelijkheid open om te lenen via de lopende inschrijving van Nederland, wanneer wordt voldaan aan de daarvoor gestelde eisen uit de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Rft).

Op het moment van dit schrijven hebben Curaçao en Sint Maarten beiden eenmaal een beroep op de lopende inschrijving gedaan tussen 2010 en 2013. Sint Maarten heeft in 2011 via de lopende inschrijving van Nederland de herfinanciering van een bestaande lening gefinancierd voor een bedrag van ANG 26 miljoen.

In 2013 heeft Curaçao van de mogelijkheid tot lopende inschrijving gebruik gemaakt voor een bedrag van ANG 60 miljoen, ten behoeve van investeringen in het wegennet en de sociaaleconomische en educatieve infrastructuur.

1.3 Ingediende leningverzoeken 2014

Het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Cft) heeft de begroting 2014 van beide landen van positief advies voorzien, met uitzondering van de kapitaaldienst van de begroting waarop de investeringen staan vermeld. Dit betekent dat in principe de mogelijkheid open staat voor Curaçao en Sint Maarten om leningen aan te gaan via de lopende inschrijving van Nederland. De (onderbouwing van de) leenverzoeken dienen als gevolg van het door het Cft gemaakte voorbehoud op de kapitaaldienst echter wel vooraf door het Cft separaat te worden getoetst.

In 2014 hebben Sint Maarten en Curaçao tot op heden drie respectievelijk één leenverzoek ter toetsing bij het Cft voorgelegd. Het Cft heeft op deze verzoeken een positief advies uitgebracht. De landen hebben het leenverzoek nog niet geëffectueerd. De verwachting is dat zij hier op korte termijn gevolg aan zullen geven.

Voor Curaçao gaat het om een eerste lening van ANG 250 miljoen ten behoeve van de bouw van een nieuw ziekenhuis (de totale investering bedraagt ANG 436 miljoen).

Voor Sint Maarten betreft het drie leningen met een totaal bedrag van totaal ANG 145 miljoen. Een leenverzoek van ANG 40 miljoen voor de aankoop en gebruiksklaar maken van het nieuwe regeringsgebouw. Een tweede leenverzoek voor 2014 is bestemd voor diverse investeringen, zoals infrastructurele projecten. Sint Maarten had hiertoe een leenverzoek van ANG 89 miljoen ingediend bij het Cft. Gezien het tijdstip in het jaar (eind eerste kwartaal) en de beperkte absorptiecapaciteit van het land, is het Cft van mening dat het leenbedrag voorlopig beperkt dient te worden tot ANG 60 miljoen.

Het laatste leenverzoek van Sint Maarten voor een bedrag van ANG 45 miljoen betreft de financiering van investeringen die het land reeds heeft gedaan in 2011 en 2012. Destijds heeft Sint Maarten geen beroep gedaan op de mogelijkheid tot lopende inschrijving, hoewel het land uiteindelijk wel een positief advies bij de begroting van het desbetreffende jaar had, zijn deze investeringen voorgefinancierd uit liquide middelen. Dit is ook één van de redenen dat de liquiditeitspositie van Sint Maarten onder druk staat. Om deze druk weg te nemen heeft het Cft eenmalig toegestaan deze investeringen met terugwerkende kracht met een lening te financieren, met daarbij als voorwaarde dat de middelen die daarmee beschikbaar komen worden gebruikt door Sint Maarten om de liquiditeitspositie aan te zuiveren (tot een buffer van ANG 50 miljoen).

1.4 Maximale leencapaciteit

De Rft bepaalt dat de landen mogen lenen tot een rentelastnorm van 5%.1 Curaçao en Sint Maarten beschikken op dit moment over een leencapaciteit van maximaal ANG 3.650 respectievelijk ANG 1.005 bij een rekenrente van 3%. Beide landen zitten met het totaalbedrag van de tot nu toe toegekende leningen onder de maximale leencapaciteit.

Het positieve advies van het Cft op de vastgestelde begrotingen 2014 van Curaçao en Sint Maarten biedt de landen gedurende het gehele begrotingsjaar 2014 de mogelijkheid leningverzoeken in te dienen. In de vastgestelde begroting van de landen zijn, naast de reeds ingediende leenverzoeken, nog diverse voorgenomen investeringen opgenomen. Voor Curaçao betreft dit een bedrag van ANG 386 mln., voor Sint Maarten ANG 55 mln. In het verdere verloop van 2014 zal blijken of de landen hiertoe daadwerkelijk leningverzoeken zullen indienen.

Van Sint Maarten is verder bekend dat het land bezig is met een eerste begrotingswijziging, waarin ook een nieuwe investering wordt opgenomen met een totaalbedrag van ANG 58 miljoen. Deze zal voornamelijk worden aangewend voor de uitvoering van een gerechtelijke uitspraak waarin is bepaald dat Sint Maarten zich heeft verplicht tot de grondaankoop van het Emilio Wilson Estate. Het Cft zal ook deze begrotingswijziging en het daaruit voortvloeiende leningverzoek toetsen aan de normen van de Rft.

In de halfjaarrapportages zal het Cft rapporteren over van de landen ontvangen leenverzoeken. In het jaarverslag van begrotingshoofdstuk IV Koninkrijksrelaties wordt ook jaarlijks inzicht gegeven in de openstaande leningen aan Curaçao en Sint Maarten.

1.5 Geldleningen en garanties Aruba

Tussen 1991 en 1995 zijn geldleningen aan Aruba verstrekt door de (inmiddels niet meer bestaande) Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden N.V. (NIO)2. Destijds viel Aruba nog onder de door NIO gehanteerde definitie voor ontwikkelingslanden. Daardoor kon Aruba aanspraak maken op geldleningen van deze investeringsbank voor projecten ter versterking van de economie. De leningen hebben een looptijd van 30 jaar. Jaarlijks betaalt Aruba de verschuldigde aflossing en rente. De leningen zullen in 2025 volledig zijn afgelost. Tot op heden heeft Aruba voldaan aan zijn betalingsverplichtingen (aflossing en rente).

De garantieleningen stammen uit de periode 1986–1990. Dit betreffen garantstellingen aan Aruba voor het geval het land niet meer aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen. Jaarlijks vervalt een deel van iedere garantstelling, zodat deze afnemen in volume. Over het overgebleven deel betaalt Aruba rente. De garantstellingen vervallen stapsgewijs vanaf 2015 en zullen eind 2019 definitief zijn afgewikkeld. Tot op heden heeft Aruba voldaan aan zijn betalingsverplichtingen in de vorm van betaalde rente.

Tabel 2 Geldleningen en garanties Aruba
 

Aruba

Geldleningen Aruba

€ 18,7 mln.

Garanties Aruba

€ 6,8 mln.

In het jaarverslag van begrotingshoofdstuk IV Koninkrijksrelaties wordt jaarlijks inzicht gegeven in de openstaande leningen aan Aruba.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
R.H.A. Plasterk

Noot 1: De jaarlijkse uitgaven aan rente door een land als geheel mogen niet meer bedragen dan 5% van de over drie voorafgaande jaren gemiddeld gerealiseerde inkomsten in die collectieve sector.

Noot 2: Het beheer van de (garantie)leningen is vervolgens overgedragen aan Atradius NV.