Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
Rijksbegroting Overzicht Voorbereiding Uitvoering Verantwoording
2017
  • Begrotingsstaat
  • Download PDF

Artikel 37. Vreemdelingen

Algemene doelstelling

Een op maatschappelijk verantwoorde wijze en in overeenstemming met internationale verplichtingen gereglementeerde en beheerste toelating tot, verblijf in en vertrek uit Nederland van vreemdelingen, alsmede verkrijging van het Nederlanderschap of de intrekking daarvan.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Veiligheid en Justitie ontwikkelt en geeft uitvoering aan het vreemdelingenbeleid en het beleid op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Hij heeft daarbij:

  • •  een uitvoerende rol ten aanzien van de opvang van asielzoekers, de afwikkeling van toelatingsprocedures in Nederland en de terugkeer van vreemdelingen uit Nederland;
  • •  verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 en de Rijkswet op het Nederlanderschap door het geheel aan overheidsorganisaties dat zich (primair) met het vreemdelingen- en nationaliteitsbeleid bezighoudt;
  • •  verantwoordelijkheid voor de uitvoeringsorganisaties Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), het zelfstandig bestuursorgaan Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en voor de centra van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) waar de vreemdelingenbewaring en de grensdetentie ten uitvoer wordt gelegd;
  • •  een gezagsrelatie met de Koninklijke Marechaussee en de nationale politie voor wat betreft het vreemdelingentoezicht.

Beleidswijzigingen

Implementatie Gemeenschappelijk Europees Asiel Systeem

Op 6 april jl. heeft de Europese Commissie een mededeling uitgebracht waarin ze haar plannen beschrijft voor de herziening van het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS). De Commissie geeft in haar mededeling een schets van de manier waarop ze tot een daadwerkelijk geharmoniseerd Europees asielstelsel wil komen, te beginnen met een herziening van de Dublinverordening, de Eurodacverordening30 en de verordening tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor Asielzaken (EASO, European Asylum Support Office). Daarnaast is de Commissie ook van plan om de Procedurerichtlijn en de Kwalificatierichtlijn om te zetten in een verordening. Verder is de Europese Commissie voornemens de richtlijn langdurig ingezeten en de Opvangrichtlijn aan te passen. Tot slot zal de Commissie ook nog een voorstel doen om het hervestigingsbeleid EU-breed vorm te geven. De voorgestelde aanpassingen kunnen, op het moment van implementatie, grote wijzigingen met zich meebrengen, maar een uiteindelijke beoordeling hiervan kan pas worden gemaakt op het moment dat duidelijk is hoe deze voorstellen er precies zullen komen uit te zien.
Tabel 37.1 Budgettaire gevolgen van het beleid x € 1.000
   

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

1.922.710

1.830.307

1.627.341

984.738

708.506

708.683

709.086

                 

Programma-uitgaven

1.763.195

1.830.307

1.627.341

984.738

708.506

708.683

709.086

Waarvan juridisch verplicht

   

99%

       

37.2

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

             
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Immigratie- en Naturalisatiedienst

389.717

417.044

349.241

285.185

285.776

285.937

286.340

 

Bijdrage ZBO/RWT's

             
 

Centraal Orgaan opvang Asielzoekers

1.267.861

1.191.208

1.086.639

622.123

351.687

351.703

351.703

 

Nidos-opvang

43.302

161.489

133.649

21.223

21.223

21.223

21.223

 

Subsidies

             
 

Vluchtelingenwerk Nederland

10.718

10.881

10.263

9.255

9.255

9.255

9.255

 

Overig toegang, toelating en opvang vreeemdelingen

2.466

1.662

1.661

1.661

1.661

1.661

1.661

 

Opdrachten

             
 

Keteninformatisering

19.220

14.842

6.213

5.157

5.157

5.157

5.157

 

Versterking vreemdelingenketen

7.377

939

2.332

2.879

3.092

3.092

3.092

                 

37.3

Terugkeer

             
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Dienst Justitiële Iinrichtingen

6.385

8.424

8.424

8.424

8.424

8.424

8.424

 

Subsidies

             
 

REAN-regeling

9.089

9.367

8.902

8.902

8.902

8.902

8.902

 

Opdrachten

             
 

Vreemdelingen vertrek

7.060

14.451

20.017

19.929

13.329

13.329

13.329

                 

Ontvangsten

70.537

330.900

306.400

156.600

0

0

0

Tabel 37.2: ODA-aandeel opvangkosten voor asielzoekers1Deze tabel is opgenomen naar aanleiding van een toezegging van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300, nr. 58)

(x € 1mln.)

2017

Bijdrage ZBO/RWT’s: COA

1.087

Deel ODA-toerekening

842

   

Bijdrage ZBO/RWT’s: Nidos-opvang

133

Deel ODA-toerekening

58

Budgetflexibiliteit

De bijdrage aan de IND, het COA, Nidos en Vluchtelingenwerk Nederland zijn juridisch verplicht evenals een groot gedeelte van de opdrachten die voortvloeien uit het programma van de keteninformatisering en de uitgaven voor de vervoersbewegingen van de vreemdelingen. Dit laatste als gevolg van een meerjarig convernant met het agentschap DJI

Kengetallen vreemdelingenketen

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste kengetallen voor de vreemdelingenketen. De hoogte van de instroom (asiel, regulier en naturalisatie) is een belangrijke factor voor de werkhoeveelheid en daarmee voor de bijdragen aan de organisaties in de vreemdelingenketen.

Wat betreft asiel wordt voor 2017 uitgegaan van een asielinstroom van 42.000. Dit neemt niet weg dat maatregelen erop gericht blijven om de instroom te beperken. Daarom zijn voor de jaren erna de verwachtingen niet bijgesteld ten opzichte van de verwachtingen zoals weergegeven in de begroting 2016.

Voor de opvang is vooral de gemiddelde bezetting van opvangplaatsen in het COA en Nidos van belang, welke afhankelijk is van in- en uitstroom. Bij de afhandeling van asielverzoeken wordt sinds het voorjaar van 2016 prioriteit verleend aan de afhandeling van evident kansarme asielverzoeken van vreemdelingen die afkomstig zijn uit veilige landen van herkomst en vreemdelingen die op grond van de EU-Dublinverordening worden overgedragen aan andere EU-lidstaten (de zogenoemde Dublinclaimanten). Door snelle afhandeling van deze aanvragen, en snelle inzet van de DT&V op vertrek uit Nederland, wordt de opvang ontlast. Tevens gaat hiervan een signaalwerking uit, zodat het indienen van een kansloze aanvraag wordt ontmoedigd.

De instroomcijfers bij (reguliere) toegang en toelating zijn, anders dan de instroomcijfers van asiel, over het algemeen vrij stabiel. Bij de ramingen voor naturalisatie is ervan uitgegaan dat de aanpassing van de Rijkswet Nederlanderschap in 2016 in werking treedt. Doordat de termijn voor naturalisatie daarbij wordt verlengd van 5 naar 7 jaar, is de verwachting dat de aantallen naturalisatieverzoeken in 2017 en 2018 lager zijn dan in 2016.

Tabel 37.3 Kengetallen vreemdelingenketen

Vreemdelingenketen (aantallen)

Realisatie

Prognose

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Asielinstroom1

58.800

58.000

42.000

22.500

22.500

22.500

22.500

Overige instroom2

2.300

2.300

2.300

2.300

2.300

2.300

2.300

Opvang COA

             
Instroom in de opvang3

60.430

58.000

42.000

23.000

23.000

23.000

23.000

Uitstroom uit de opvang

36.930

58.000

50.000

40.000

28.000

23.000

23.000

Gemiddelde bezetting in de opvang

31.130

50.000

46.000

33.500

22.000

20.000

20.000

Toegang en toelating IND

             
Machtiging tot voorlopig verblijf MVV)4

24.100

26.000

26.000

26.000

26.000

26.000

26.000

Verblijfsvergunning regulier (VVR)

31.370

32.000

32.000

32.000

32.000

32.000

32.000

Toelating en Verblijf (TEV)

41.870

41.000

41.000

41.000

41.000

41.000

41.000

Visa

3.210

3.200

3.200

3.200

3.200

3.200

3.200

               

Aantal naturalisatie verzoeken

25.450

26.600

20.000

23.000

26.600

26.600

26.600

               

Streefwaarden Terugkeer (% ketenbreed)

             

Zelfstandig vertrek

 

20%

20%

20%

20%

20%

20%

Gedwongen vertrek

 

30%

30%

30%

30%

30%

30%

Zelfstandig vertrek zonder toezicht

 

50%

50%

50%

50%

50%

50%

Noot 1: Tot de asielinstroom behoren de eerste asielaanvragen, 2e en opvolgende asielaanvragen en inreis van nareizigers.

Noot 2: Tot de overige instroom behoren zij-instroom en uitgenodigde vluchtelingen.

Noot 3: Er is altijd sprake van verklaarbare verschillen tussen de asielinstroom bij IND en bij het COA. Bij het COA stromen bepaalde categorieën vreemdelingen in, die geen nieuwe asielprocedure starten (zoals kinderen die geboren worden in de opvang. Ook stromen personen in die eerder in de opvang hebben verbleven en nog een lopende procedure hebben. Ook vangt het COA personen op die op andere gronden dan een asielprocedure recht op opvang hebben, bijvoorbeeld slachtoffers van mensenhandel). Bij de IND stromen mensen in die niet bij het COA worden opgevangen (zoals mensen die een 2e of volgende asielaanvraag indienen en nog bij het COA verblijven of amv’s die in pleeggezinnen worden opgevangen.

Noot 4: Ook het Ministerie van Buitenlandse Zaken speelt een belangrijke rol bij dit proces via het postennetwerk

Bronnen: INDIS/INDIGO, Maandrapportage COA,KMI en Meerjaren Productie Prognoses (MPP) Vreemdelingenketen.

37.2 Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

Bijdrage aan agentschappen

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is verantwoordelijk voor de uitvoering van het vreemdelingenbeleid en het beleid ten aanzien van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Dat houdt in dat de IND alle aanvragen beoordeelt van vreemdelingen die in Nederland willen verblijven of Nederlander willen worden.

De bekostiging van de IND vindt plaats door de bijdrage van het moederdepartement en opbrengsten derden. De opbrengsten derden bestaan uit leges die vreemdelingen betalen voor het behandelen van aanvragen voor verblijfsvergunning regulier of verzoeken tot naturalisatie en voor een kleiner gedeelte uit opbrengsten uit onderverhuur en bijdragen uit Europese subsidies.

De totale prognose van de omzet is gebaseerd op de vastgestelde kostprijzen (P), de prognose van het aantal te nemen beslissingen door de IND Q) en een lumpsumbekostiging voor de materiële kosten (huisvesting, ICT, facilitaire ondersteuning en staven).

In tabel 37.3 wordt zichtbaar hoe het budget is verdeeld over de verschillende typen te nemen beslissingen. In aansluiting op de doelstelling uit het regeerakkoord om zaken als het aanvragen van vergunningen digitaal in te kunnen dienen, gaat de IND voor reguliere producten de e-dienstverlening stapsgewijs uitbreiden. Dit heeft ook voor de klant toegevoegde waarde, doordat bij het doen van de aanvraag waar mogelijk getoond zal gaan worden over welke informatie de IND al beschikt. In de loop van dit jaar zal bezien worden hoe deze ontwikkeling verwerkt zal worden in de bekostigingssystematiek.

Verder kunnen de uitkomsten, als gevolg van de afspraken die in maart zijn gemaakt tussen de EU en Turkije, leiden tot veranderingen in (een deel van) de asielprocedures en mede daarom relevant zijn voor de kosten en bekostigingssystematiek.

Tabel 37.4 Bekostiging IND (x € 1.000)

Budgettair kader 2017

 

%

Asiel

€ 117.690

31%

Regulier

€ 118.433

34%

Naturalisatie

€ 7.896

2%

Ketenondersteuning

€ 3.948

1%

     

Lumpsum

€ 141.067

43%

Overige omzet

€ 7.896

2%

     

Leges

– € 47.373

– 14%

     

Bijdrage VenJ

€ 349.241

100%

Voor verdere onderbouwing van de uitgaven wordt verwezen naar de agentschapsparagraaf.

Tabel 37.5 Kengetallen IND doorlooptijden: vreemdelingenzaken waarop binnen de wettelijke termijn is besloten
 

Realisatie

Streefwaarde

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Asiel

96%

90%

90%

90%

90%

90%

90%

Regulier

91%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

Naturalisatie

96%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

Wat betreft asiel lag in 2015 het aantal afhandelingen van asielaanvragen binnen de wettelijke termijn met 96% boven de streefwaarde van 90%. Mede als gevolg van de hoge asielinstroom, zijn echter de voorraden van asielaanvragen waarop nog beslist moet worden opgelopen, waardoor de doorlooptijden langer worden en de afhandeling binnen de wettelijke termijn onder druk komt te staan. Overigens wordt sinds februari 2016 gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de termijn waarbinnen een asielbeslissing moet worden genomen te verlengen met negen maanden; onder meer indien een groot aantal vreemdelingen tegelijk een aanvraag indient.

Bij regulier staat de tijdigheid onder druk door oplopende voorraden van verzoeken om een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV-voor-nareis), hetgeen direct samenhangt met de verhoogde asielinstroom. De extra verzoeken leiden tot meer werk voor de IND alsook voor een aantal posten van Buitenlandse Zaken.Het wetsvoorstel waarbij onder meer de wettelijke termijn voor het beslissen op MVV-nareisverzoeken wordt verlengd, treedt naar huidige verwachting medio 2017 in werking.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Centraal Orgaan opvang asielzoekers

Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) draagt zorg voor de opvang van vreemdelingen in Nederland. Het COA biedt vreemdelingen huisvesting, verstrekt middelen van bestaan en geeft begeleiding. Het opvangbeleid is gericht op de opvang van asielzoekers gedurende de asielprocedure.

Het COA wordt bekostigd op basis van het aantal op te vangen asielzoekers (bezetting) dat verwacht wordt in een jaar vermenigvuldigd met de integrale kostprijs. Gemiddeld vangt het COA in 2017 naar verwachting circa 46.000 asielzoekers op (zie tabel 37.2). De reguliere AZC-kostprijs bedraagt afgerond € 23.000,– per asielzoeker per jaar. Voor andere doelgroepen (bijvoorbeeld alleenstaande minderjarige vreemdelingen) gelden andere kostprijzen. De kostprijs bestaat uit kosten voor huisvesting, gezondheidszorg, begeleiding en levensonderhoud. Onderstaand is de kostenverhouding tussen deze verschillende productgroepen zichtbaar gemaakt. Door de sterke stijging van het aantal op te vangen asielzoekers in 2016, de grote schommeling in de benodigde capaciteit, en de maatschappelijke druk om kleinschaligere en dus duurdere vormen van opvang te realiseren, staat de kostprijs onder druk.

Tabel 37.6 Bekostiging COA

Productgroep

Aandeel

Huisvesting

20%

Gezondheidszorg

25%

Begeleiding

40%

Levensonderhoud

15%

   

Totaal

100%

Overheadkosten maken onderdeel uit van bovengenoemde kosten.

De kosten voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers uit zogeheten DAC-landen31 worden, conform de OESO-DAC systematiek bekostigd vanuit de middelen voor ontwikkelingssamenwerking (Official Development Assistance, ofwel ODA-middelen). Dit betreft een groot deel van de bekostiging van het COA (zie ook tabel 73.2). In de HGIS-nota (Homogene Groep Internationale Samenwerking) wordt verder op deze ODA-toerekening ingegaan.
Tabel 37.7 Prestatie-indicator Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (gemiddelde verblijfsduur in maanden)
 

Realisatie

Streeftermijn

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Gemiddelde opvangduur vergunninghouders na vergunningverlening

4,6

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

Gemiddelde verblijfsduur opvang op basis van uitstroom

8,1

12

12

12

12

12

12

Bron: Maandrapportage COA.

Het streven blijft dat vergunninghouders binnen 3,5 maand na vergunningverlening kunnen uitstromen uit de opvang. Door de sterke toename van de asielinstroom en het hogere inwilligingspercentage in 2015 en 2016 blijkt deze termijn zonder aanvullende maatregelen en inspanningen niet haalbaar te zijn. In 2016 bedraagt de totale taakstelling te huisvesten vergunninghouders circa 43.000, naast een achterstand van circa 3.000. In het Platform Opnieuw Thuis werken Rijk, provincies, gemeenten en woningcorporaties sinds 2015 samen bij het huisvesten van vergunninghouders. Het Platform heeft als doel de gemeenten te ondersteunen bij het huisvesten van vergunninghouders om de stijging van het aantal vergunninghouders het hoofd te kunnen bieden. Dat gebeurt op drie manieren: procesverbeteringen, vergroting van de bestuurlijke aandacht en verbreding van de mogelijkheden op de woningmarkt. In aanvulling op de activiteiten van het Platform is in 2015 een Bestuursakkoord afgesloten met decentrale overheden inzake de huisvesting van vergunninghouders in gemeenten en het realiseren van opvangcapaciteit voor asielzoekers. In 2016 zijn in een Uitwerkingsakkoord nadere afspraken gemaakt.

Subsidies

Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland

Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) zet zich op basis van de Universele verklaring voor de Rechten van de Mens in voor de bescherming en het behartigen van de belangen van en geven van voorlichting aan vluchtelingen en asielzoekers. De subsidie aan VWN wordt op basis van (kalender)jaarplannen verstrekt en is gerelateerd aan de instroom van asielzoekers.

Het grootste deel van de kosten is toe te rekenen aan het proces toelating (circa 84%). Een deel van de werkzaamheden draagt bij aan het welbevinden van de mensen die in opvang verblijven en bewaren van de rust in de centra en kan dientengevolge worden toegerekend aan het proces opvang (circa 8%). Een laatste deel kan worden toegerekend aan het proces terugkeer (circa 8%) vanwege gesprekken na afwijzing door IND of negatieve uitspraken door de rechtbank.

Stichting Nidos

Nidos is conform het Burgerlijk Wetboek aangewezen als instantie die belast is met de voogdij over alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Daarnaast is Nidos aangewezen voor het uitvoeren van de kinderbeschermingsmaatregel ondertoezichtstelling wanneer het om kinderen uit vluchtelingengezinnen gaat.

Nidos is verantwoordelijk voor de opvang in pleeggezinnen van alle alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s) die op het moment van aankomst in Nederland 14 jaar of jonger zijn. Sinds 2016 verzorgt NIDOS de opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s) na vergunningverlening in kleinschalige opvangvoorzieningen tot zij 18 jaar oud zijn.

De subsidie aan Nidos bestaat uit begeleidingskosten (voogdij, jeugdbescherming en begeleiding) en verzorgingskosten (met name opvang).Deze subsidie wordt op basis van jaarplannen verstrekt en is direct gerelateerd aan het aantal AMV’s onder begeleiding van Nidos en voor verzorging van het aantal opgevangen AMV’s. Het aantal AMV’s onder begeleiding en in de opvang is afhankelijk van de in- en uistroom van AMV’s en het bereiken van de leeftijd van 18 jaar van de AMV’s.

Het hieronder gehanteerde normbedrag voor verzorgingskosten is afhankelijk van de verdeling over de verschillende opvang vormen (pleeggezin, woongroep of wooneenheid). Deze is geraamd op basis van de verwachte opbouw van de AMV populatie. Afrekening vindt plaats op basis van de werkelijk gemaakte kosten voor opvang.

 

Normbedrag 2016

Normbedrag 2017

Begeleidingskosten

€ 6.200,–

€ 6.200,–

Verzorgingskosten

€ 23.091,–

€ 23.091,–

Team Schiphol (organiseren initiële begeleiding en opvang)1

€ 1.398.938,–

n.v.t.

Noot 1: Voor 2017 is de opdrachtgever nog in gesprek met Nidos over de wijze van financiering m.b.t. het Schiphol-team

Opdrachten

Landelijke voorziening vreemdelingen (LVV)

Het kabinet is voornemens om met de gemeenten een bestuursakkoord te sluiten over de realisatie van een landelijke vreemdelingenvoorziening waar vertrekplichtige vreemdelingen worden opgevangen en kunnen werken aan hun vertrek uit Nederland. Deze voorziening dient in de plaats te komen van de nu lokaal georganiseerde bed, bad en broodvoorzieningen. Voor deze voorzieningen is afgesproken dat gemeenten, wanneer een akkoord is gesloten, een vergoeding zullen ontvangen. In dit kader is een bedrag van € 20 miljoen gereserveerd voor gemeenten en voor de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V).

Keteninformatisering en biometrie

In 2017 worden vanuit dit budget de beheerkosten van de centrale voorzieningen gefinancierd, die gebruikt worden voor digitale informatie-uitwisseling binnen de Vreemdelingenketen. Ook de (beperkte) doorontwikkeling en vernieuwing van de voorzieningen wordt hiermee bekostigd. Zo wordt in 2017 een vernieuwing van de biometrievoorziening gerealiseerd, als onderdeel van een VenJ-brede biometrievoorziening. In 2017 worden geen andere grote vernieuwingen voorzien, aangezien het programma Keteninformatisering eind 2016 reeds een groot aantal nieuwe voorzieningen voor de Vreemdelingenketen heeft gerealiseerd. Een deel van het budget zal in 2017 dan ook worden gebruikt om de ketenpartners te ondersteunen bij de aansluiting op deze nieuwe voorzieningen.

Versterking vreemdelingenketen

In 2017 worden vanuit dit budget diverse (kleinere) opdrachten gefinancierd met als doel verbeteringen in de vreemdelingenketen te bewerkstelligen.

37.3 Terugkeer

Bijdrage aan agentschappen

DJI/Dienst Vervoer en Ondersteuning

De Dienst Terugkeer en Vertrek DT&V schakelt de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O) in voor het vervoer van vreemdelingen.

Subsidies

REAN-regeling

De DT&V en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) werken met elkaar samen op het gebied van zelfstandige terugkeer. In het kader van de REAN-regeling (Return and Emigration of Aliens from the Netherlands) onderhoudt de DT&V de subsidierelatie met IOM.

Op basis van deze regeling kan de IOM vreemdelingen die zelfstandig willen vertrekken uit Nederland ondersteunen. Dit doet ze onder meer door het geven van voorlichting en advies, extra ondersteuning aan kwetsbare groepen en het procesmatig voorbereiden en begeleiden van de terugkeer.

Subsidies aan ngo’s

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie en het Ministerie van Buitenlandse Zaken subsidiëren maatschappelijke organisaties die personen bijstaan in het terugkeerproces. DT&V beheert deze subsidieregelingen.

Opdrachten

Vreemdelingenbewaring

Het wetsvoorstel Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring is in september 2015 aangeboden aan de Tweede Kamer en zal op zijn vroegst in 2017 in werking treden. In het nieuwe stelsel wordt voor volwassen vreemdelingen een onderscheid gemaakt tussen twee hoofdregimes: het verblijfsregime en het beheersregime. Voor de gesloten gezinsvoorziening voor gezinnen met minderjarige kinderen en niet begeleide minderjarigen (AMV’s) geldt een speciaal gezinsregime.

Uitgangspunt is dat de vreemdeling in het verblijfsregime met veel autonomie en (bewegings)vrijheid wordt geplaatst. Het verblijfsregime biedt hierdoor de mogelijkheid om de inbreuk op de grondrechten van de in vreemdelingenbewaring gestelde vreemdeling zo klein mogelijk te houden. In het beheersregime is sprake van meer toezicht en een meer gestructureerd dagprogramma.

Van de vreemdeling die in vreemdelingenbewaring is gesteld omdat hij zijn terugkeer belemmerde, maar die alsnog daadwerkelijk actief werkt aan zijn terugkeer, kan de vreemdelingenbewaring worden opgeheven, waarbij een minder dwingende maatregel kan worden opgelegd.

Het is aan de DT&V om de door de vreemdeling ingebrachte omstandigheden te beoordelen. De bestaande rechtsbescherming in het kader van de inbewaringstelling blijft ongewijzigd gehandhaafd.

Terugkeer vreemdelingen

Het terugkeerbeleid is erop gericht om illegaal verblijf van vreemdelingen te voorkomen en tegen te gaan. Vreemdelingen die niet (langer) in Nederland mogen blijven, dienen Nederland te verlaten. Het uitgangspunt is dat vreemdelingen zelf verantwoordelijk zijn voor het realiseren van hun vertrek uit Nederland. De DT&V ondersteunt en faciliteert vreemdelingen hierbij. Dit doet de DT&V door vertrekgesprekken te voeren om mogelijke belemmeringen voor terugkeer in kaart te brengen, vreemdelingen te ondersteunen bij het aanvragen van een (vervangend) reisdocument bij de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van herkomst en het faciliteren van het zelfstandig vertrek door samenwerking met de IOM en NGO’s die projecten hebben in het kader van duurzame terugkeer. Deze organisaties ontvangen subsidie van de DT&V om dergelijke projecten te kunnen aanbieden. Een deel van de subsidies voor terugkeerprojecten wordt gefinancierd uit middelen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ)-middelen. Een interdepartementale Stuurgroep voor Vrijwillige, duurzame Terugkeer (BZ en VenJ) geeft sturing aan de inzet van dit deel van de middelen.

Wanneer vreemdelingen ervoor kiezen om niet zelfstandig te vertrekken, zet de DT&V in op het gedwongen vertrek. Indien lichtere toezichtmiddelen niet tot dit resultaat leiden, kan vreemdelingenbewaring aan de orde zijn. Ook in het kader van gedwongen vertrek voert de DT&V vertrekgesprekken, biedt ondersteuning bij het aanvragen van een (vervangend) reisdocument. De DT&V onderhoudt intensieve contacten met de diplomatieke vertegenwoordigingen, maar ook met de autoriteiten van landen van herkomst om de bereidheid tot meewerken aan het gedwongen vertrek van onderdanen te vergroten. Bij het gedwongen vertrek zorgt de DT&V ervoor dat dit gerealiseerd kan worden door het boeken van de vlucht. De Koninklijke Marechaussee zorgt voor de inzet van escorts indien dit nodig is.

Er zijn extra middelen toegevoegd om DT&V in staat te stellen te voldoen aan de uitspraak Jeunesse van het Europees Hof van de Rechten van de Mens. Het EHRM hecht veel waarde aan een actieve inzet van de overheid ter voorkoming van het voortduren van onrechtvaardig verblijf. Met deze extra middelen kan DT&V hieraan tegemoetkomen.

Begrotingsreserve Asiel

De begrotingsreserve Asiel is in 2010 gecreëerd toen het asieldossier in plaats van generaal specifiek werd en is aan de Tweede Kamer gemeld via de Begroting 201132. De asielreserve is bedoeld om fluctuaties in de lastig voorspelbare uitgaven voor (de instroom van) asielzoekers op te vangen. In de bekostigingssystematiek van het COA en de ODA-toerekening werd er tot en met 2015 uitgegaan van het jaar van instroom, terwijl het COA voor iemand die aan het einde van het jaar instroomt juist de meeste kosten maakt in het jaar daarop. Om die systematiek transparanter te maken, is die vanaf 2016 aangepast en meer in lijn gebracht met de bekostiging van de werkelijke uitgaven door het COA.

Naar aanleiding van het rapport van de Algemene Rekenkamer zullen de begroting en het jaarverslag – vanaf de Begroting 2017 – inzicht geven in de stand, de toevoegingen en de onttrekkingen van de asielreserve.

Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve Asiel (x € 1 mln)

Stand per 1/1/2016

Verwachte toevoegingen jaar 2016

Verwachte onttrekkingen 2016

Verwachte stand per 1/1/2017

Verwachte toevoegingen 2017

Verwachte onttrekkingen 2017

Verwachte stand per 31/12/2017

804,1

0

303,5

500,6

0

334,4

166,2

De verwachte stand van de asielreserve op 1 januari 2017 is 500,6 mln, daarvan zal € 334,4 mln worden ingezet ten behoeve van de dekking van de meerkosten van asielinstroom in 2017.

Het deel van de asielreserve per 31 december 2017 resteert (€ 166,2 mln) wordt in 2018 ingezet ter dekking van de kosten van de asielopvang in dat jaar.

De onttrekkingen uit de asielreserve in 2017 zijn juridisch verplicht. Deze onttrekkingen bedragen in 2017 67% van de verwachte stand van de begrotingsreserve op 1 januari 2017.

Noot 30: Het EURODAC-systeem helpt de lidstaten van de Europese Unie (EU) met de identificatie van asielzoekers en van personen die in verband met de illegale grensoverschrijding van een buitengrens van de Unie zijn aangehouden.

Noot 31: Dit zijn landen die op de lijst staan die wordt samengesteld door de Commissie voor Ontwikkelingssamenwerking (DAC, Development Assistance Committee) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Noot 32: Kamerstukken II, 2010–2011, 32 500 VI, nr 2.