2. De Belasting- en premieontvangsten
2.1 Inleiding
Deze bijlage bevat een toelichting op de raming van de belasting- en premieontvangsten van het Rijk en de Sociale fondsen. Om inzicht te geven in de ontwikkeling van het totale ontvangstenbeeld worden de belasting- en premieontvangsten gezamenlijk gepresenteerd.
De ramingen voor de premieontvangsten komen overeen met de ramingen in de begrotingen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Begroting XV) en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Begroting XVI). In de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is een nadere toelichting opgenomen van de ramingen voor de WLZ en de ZVW. De overige fondsen worden toegelicht in de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
In paragraaf 2.2 worden de ramingen van de belasting- en premieontvangsten van 2017 (de Vermoedelijke Uitkomsten) vergeleken met de stand van het vorige ramingsmoment (Voorjaarsnota 2017), waarbij de belangrijkste ramingsbijstellingen worden toegelicht. Paragraaf 2.3 bevat vervolgens een toelichting op de raming van 2018 (de Ontwerpbegroting), onderverdeeld naar endogene ontwikkeling en beleidsmaatregelen. Voor een verdere toelichting op de raming van de belastingen wordt verwezen naar bijlage 12 van deze Miljoenennota. Paragraaf 2.4 presenteert de meerjarige ontvangstenraming tot en met 2021. Tot slot geeft paragraaf 2.5 een gedetailleerd overzicht van de raming van de belasting- en premieontvangsten voor 2017 en 2018 op EMU-basis en op kasbasis.
2.2 De belasting- en premieontvangsten in 2017
In tabel 2.2.1 wordt de nieuwe raming voor 2017 vergeleken met de stand bij Voorjaarsnota 2017. De nieuwe raming voor 2017 is gebaseerd op het macro-economisch beeld conform de MEV 2018 van het CPB en de gerealiseerde belasting- en premieontvangsten tot en met juli 2017. Ten opzichte van de Voorjaarsnota 2017 is de raming van de totale belasting- en premieontvangsten op EMU-basis met 1,9 miljard euro opwaarts bijgesteld.
De raming in de Voorjaarsnota 2017 was gebaseerd op het economisch beeld dat volgde uit het CEP 2017 van het CPB. Ten opzichte van het CEP 2017 is de verwachte waardeontwikkeling van het bbp in 2017 met 1,1 procent opwaarts bijgesteld. Deze hogere economische groei is onder andere een gevolg van een zeer stevige economische groei in het tweede kwartaal van 2017. Het bijgestelde economische beeld en de realisaties tot en met juli 2017 leiden tot een opwaartse bijstelling van de totale belasting- en premieontvangsten voor 2017.
| Voorjaarsnota 2017 | Vermoedelijke uitkomsten 2017 | Verschil | ||
|---|---|---|---|---|
| Indirecte belastingen | 83.525 | 83.757 | 232 | |
| Invoerrechten | 3.211 | 3.209 | – 2 | |
| Omzetbelasting | 50.187 | 50.197 | 10 | |
| Belasting op personenauto's en motorrijwielen | 1.701 | 1.876 | 175 | |
| Accijnzen | 11.666 | 11.709 | 43 | |
| Overdrachtsbelasting | 2.746 | 2.748 | 2 | |
| Assurantiebelasting | 2.465 | 2.414 | – 51 | |
| Motorrijtuigenbelasting | 4.034 | 4.026 | – 8 | |
| Belastingen op een milieugrondslag | 4.949 | 5.008 | 60 | |
| Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a. | 263 | 263 | 0 | |
| Belasting op zware motorrijtuigen | 166 | 170 | 3 | |
| Verhuurderheffing | 1.664 | 1.664 | 0 | |
| Bankbelasting | 473 | 473 | 0 | |
| Directe belastingen en premies volksverzekeringen | 124.426 | 125.645 | 1.219 | |
| Loon- en inkomensheffing | 98.193 | 98.787 | 595 | |
| Dividendbelasting | 3.079 | 3.212 | 133 | |
| Kansspelbelasting | 502 | 503 | 1 | |
| Vennootschapsbelasting | 20.823 | 21.292 | 469 | |
| Erf- en schenkbelasting | 1.829 | 1.850 | 21 | |
| Overige belastingontvangsten | 194 | 194 | 0 | |
| Totaal belastingen en premies volksverzekeringen | 208.145 | 209.597 | 1.451 | |
| Premies werknemersverzekeringen | 60.145 | 60.587 | 441 | |
| waarvan zorgpremies | 38.333 | 38.547 | 214 | |
| Totaal belasting- en premieontvangsten (EMU-basis) | 268.291 | 270.184 | 1.893 | |
De raming van de totale indirecte belastingen is met 0,2 miljard euro opwaarts bijgesteld opzichte van de Voorjaarsnota 2017. De geraamde btw-ontvangsten zijn vrijwel ongewijzigd ten opzichte van de raming in de Voorjaarsnota 2017. Onderliggend neemt de waarde van de consumptie van huishoudens in 2017 harder toe dan geraamd in het CEP 2017, terwijl binnen de particuliere consumptie het aandeel van duurzame goederen minder sterk toeneemt dan in het CEP 2017 verondersteld. De raming van de bpm is met 0,2 miljard euro opwaarts bijgesteld omdat het aantal verkochte nieuwe auto’s en de gemiddelde bpm die daarover wordt geheven hoger uitvallen. Ook de ontvangsten uit de belastingen op een milieugrondslag (voornamelijk de energiebelasting) worden hoger geraamd (+ 0,1 miljard euro). Tot slot is de raming van de assurantiebelasting met 0,1 miljard euro neerwaarts bijgesteld.
De ontvangsten uit de directe belastingen en premies volksverzekeringen zijn voor 2017 met 1,2 miljard euro omhoog bijgesteld ten opzichte van de Voorjaarsnota 2017. De raming van de loon- en inkomensheffing is met 0,6 miljard euro opwaarts aangepast. De contractlonenstijging en de werkgelegenheidsstijging zijn iets minder sterk dan eerder geraamd, terwijl de verwachte winsten van IB-ondernemers flink sterker groeien. De bijstelling van de raming is in lijn met de gerealiseerde ontvangsten over de eerste helft van het jaar.
De raming van de vpb-ontvangsten in 2017 is met 0,5 miljard euro opwaarts bijgesteld. Het aanslagniveau over het winstjaar 2017 ligt flink hoger dan eerder ingeschat als gevolg van hogere winsten. Dat minder verliezen uit het verleden verrekend worden met de winst van 2017 is hierop ook van invloed. Bij de dividendbelasting geven de realisaties over het eerste halfjaar van 2017 aanleiding tot een positieve aanpassing van de raming (+ 0,1 miljard euro).
Ten slotte komen de ontvangsten uit de premies werknemersverzekeringen 0,4 miljard euro hoger uit. Dat komt vooral door hogere ontvangsten uit de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet en arbeidsongeschiktheidspremies als gevolg van een sterkere grondslagontwikkeling.
2.3 De belasting- en premieontvangsten in 2018
In figuur 2.3.1 zijn de voor 2017 en 2018 geraamde belasting- en premieontvangsten opgenomen. De ontvangsten uit de meeste belastingsoorten nemen toe in 2018 ten opzichte van 2017.
Tabel 2.3.1 geeft een overzicht van de ontwikkeling van de geraamde belasting- en premieontvangsten in 2018. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het directe effect van fiscale beleidsmaatregelen op de ontwikkeling van de ontvangsten tussen 2017 en 2018 en de endogene ontwikkeling, dat is de ontwikkeling van de ontvangsten die vooral samenhangt met macro-economische ontwikkelingen.
| Vermoedelijke uitkomsten 2017 | Maatregelen | Endogeen | Endogeen in % | 2018 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Indirecte belastingen | 83.757 | 189 | 3.240 | 3,9% | 87.186 |
| Invoerrechten | 3.209 | 0 | 180 | 5,6% | 3.389 |
| Omzetbelasting | 50.197 | 27 | 2.590 | 5,2% | 52.814 |
| Belasting op personenauto's en motorrijwielen | 1.876 | – 46 | – 37 | – 2,0% | 1.793 |
| Accijnzen | 11.709 | – 1 | 184 | 1,6% | 11.891 |
| Overdrachtsbelasting | 2.748 | 0 | 7 | 0,3% | 2.755 |
| Assurantiebelasting | 2.414 | 0 | 95 | 3,9% | 2.510 |
| Motorrijtuigenbelasting | 4.026 | 10 | 107 | 2,6% | 4.143 |
| Belastingen op een milieugrondslag | 5.008 | 198 | 22 | 0,4% | 5.228 |
| Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a. | 263 | 0 | 4 | 1,4% | 267 |
| Belasting op zware motorrijtuigen | 170 | 0 | 4 | 2,3% | 174 |
| Verhuurderheffing | 1.664 | 0 | 85 | 5,1% | 1.750 |
| Bankbelasting | 473 | 0 | 0 | 0,0% | 473 |
| Directe belastingen en premies volksverzekeringen | 125.645 | – 1.173 | 5.566 | 4,4% | 130.038 |
| Loon- en inkomensheffing | 98.787 | – 1.054 | 4.816 | 4,9% | 102.549 |
| Dividendbelasting | 3.212 | – 47 | 85 | 2,6% | 3.250 |
| Kansspelbelasting | 503 | 20 | 17 | 3,3% | 540 |
| Vennootschapsbelasting | 21.292 | – 80 | 555 | 2,6% | 21.768 |
| Erf- en schenkbelasting | 1.850 | – 12 | 93 | 5,0% | 1.931 |
| Overige belastingontvangsten | 194 | – 1 | – 10 | – 5,2% | 183 |
| Totaal belastingen en premies volksverzekeringen | 209.597 | – 986 | 8.796 | 4,2% | 217.407 |
| Premies werknemersverzekeringen | 60.587 | 1.773 | 2.758 | 4,6% | 65.117 |
| waarvan zorgpremies | 38.547 | 1.713 | 943 | 2,4% | 41.203 |
| Totaal belasting- en premieontvangsten (EMU-basis) | 270.184 | 787 | 11.554 | 4,3% | 282.525 |
In 2018 bedragen de totale belasting- en premieontvangsten op EMU-basis naar verwachting 282,5 miljard euro. Ten opzichte van de meest actuele raming van de ontvangsten voor 2017 stijgen de ontvangsten in 2017 daarmee met 12,3 miljard euro. Beleidsmaatregelen zorgen voor 0,8 miljard euro hogere ontvangsten in 2017 ten opzichte van het jaar daarvoor. Het gaat om zowel maatregelen waartoe dit kabinet en vorige kabinetten eerder hebben besloten als maatregelen die het kabinet met deze Miljoenennota voorstelt. De verwachte endogene groei van de belasting- en premieontvangsten in 2017 bedraagt 11,6 miljard euro (4,3 procent). In de volgende paragrafen wordt nader op de endogene ontwikkeling ingegaan. In bijlage 12 van deze Miljoenennota staat een uitgebreidere toelichting voor de grootste belastingsoorten.
2.3.1 Endogene ontwikkeling belasting- en premieontvangsten 2018
De endogene ontwikkeling van de ontvangsten wordt toegelicht aan de hand van de relevante economische indicatoren zoals deze geraamd zijn in de Macro Economische Verkenning 2018. Voor 2018 verwacht het Centraal Planbureau (CPB) een waardeontwikkeling van het bbp van 4,2 procent. De endogene groei van de totale belasting- en premieontvangsten bedraagt in 2018 naar verwachting 4,3 procent. Daarmee ligt de groei van de totale belasting- en premieontvangsten in 2018 in lijn met de waardegroei van het bbp. Zoals in hoofdstuk 3 van deze Miljoenennota is toegelicht, is de ontwikkeling van de belasting- en premieontvangsten gerelateerd aan de samenstelling van de economische groei. Elke belasting kent zijn eigen grondslag, waarbij de verschillende belastinggrondslagen niet één-op-één en op dezelfde manier gerelateerd zijn aan de ontwikkeling van het totale bbp. De ontwikkeling van de ontvangsten uit de ene belastingsoort verschilt dus van de ontwikkeling van de ontvangsten van een andere belastingsoort.
De endogene groei van de inkomsten uit de indirecte belastingen in 2018 bedraagt 3,9 procent. Deze ontwikkeling wordt voor een groot deel bepaald door de btw-ontvangsten, verreweg de grootste post bij de indirecte belastingen. De btw-ontvangsten hangen vooral af van de consumptieve bestedingen, de investeringen in woningen en de overheidsinvesteringen. De waardeontwikkeling van de particuliere consumptie is in 2018 met 3,9 procent vergelijkbaar met de totale economische groei in waardetermen. Binnen de particuliere consumptie neemt het aandeel van duurzame goederen toe, wat leidt tot hogere ontvangsten omdat deze goederen belast worden tegen het algemene btw-tarief. De investeringen in woningen nemen met 8,3 procent toe, terwijl de overheidsinvesteringen toenemen met 2,3 procent. Daarmee komt de endogene ontwikkeling van de btw-ontvangsten naar verwachting uit op 5,2 procent in 2018.
De endogene ontwikkeling van de ontvangsten uit de bpm is met – 2 procent negatief in 2018. De bpm-ontvangsten hangen af van het aantal autoverkopen en het aandeel van kleinere en/of zuinige auto’s daarin. De verwachting is dat het aantal verkopen in 2018 wat afneemt als gevolg van een verschuiving van de verkopen van 2016 naar 2017 vanwege anticipatie op de verlaging van het algemene bijtellingstarief voor de inkomstenbelasting. De ontvangsten uit de motorrijtuigenbelasting – waarvoor het gewicht van de in Nederland geregistreerde auto’s de grondslag vormt – nemen naar verwachting met 2,6 procent toe in 2018 door een groter wagenpark. De ontvangsten uit de overdrachtsbelasting blijven in 2018 ongeveer gelijk met een verwachte kleine toename van 0,3 procent toe. Deze lichte stijging volgt uit een verwachte daling van het aantal verkopen van bestaande woningen in 2018 met 4,3 procent ten opzichte van 2017, in combinatie met een prijsstijging van 5,0 procent. De totale WOZ-waarde van sociale huurwoningen vormt de grondslag van de verhuurderheffing. Voor 2018 nemen de ontvangsten uit de verhuurderheffing naar verwachting met 5,1 procent toe. Een groei van zowel het volume als de prijs van ingevoerde goederen zorgen voor een toename van de ontvangsten uit invoerrechten. De ontvangsten uit de belastingen op een milieugrondslag nemen met 0,4 procent toe. Deze ontwikkeling wordt gedomineerd door de energiebelasting die voor meer dan 90 procent bijdraagt aan de totale ontvangsten uit belastingen op een milieugrondslag. De grondslag van de energiebelasting is het elektriciteits- en gasverbruik. Tot slot nemen de ontvangsten uit de accijnzen in 2018 met 1,6 procent toe.
De ontvangsten uit de premies werknemersverzekeringen – waar ook de zorgpremies onder vallen – nemen met 4,6 procent toe in 2018. Onderliggend gaat het om een positieve ontwikkeling van de grondslag door hogere lonen en meer werkgelegenheid in combinatie met de ontwikkeling van de aan de zorguitgaven gekoppelde zorgpremies.
2.3.2 Het effect van beleidsmaatregelen op de belasting- en premieontvangsten
In 2018 nemen de belasting- en premieontvangsten met 0,8 miljard euro toe als gevolg van beleidsmaatregelen. In tabel 2.3.1 wordt het effect van de beleidsmaatregelen op de ontvangsten in 2018 per belastingsoort getoond. Dit is zowel beleid van vorige kabinetten met in 2018 nog een op- of neerwaarts effect op de inkomsten ten opzichte van 2017, als (nieuw) beleid van het huidige kabinet.
Als gevolg van beleidsmaatregelen nemen de ontvangsten uit de directe belastingen en premies volksverzekeringen met 1,2 miljard euro af in 2018. Het gaat om een saldo van vele maatregelen, voor een groot deel binnen de loon- en inkomensheffing. De beleidsmatige mutatie bij de loon- en inkomensheffing komt uit op – 1,1 miljard euro. Deze mutatie wordt vooral bepaald door het kaseffect (– 1,3 miljard euro) van het afschaffen en de mogelijkheid tot afkoop van het pensioen in eigen beheer (PEB). Na incidenteel fors hogere ontvangsten als gevolg deze maatregel in 2017 is vanaf 2018 sprake van het omgekeerde. Ook het koopkrachtpakket 2018 (– 0,1 miljard euro) met een verhoging van de ouderenkorting, een verlaging van de algemene heffingskorting en een verlaging van de alleenstaande-ouderenkorting maakt onderdeel uit van de beleidsmatige mutatie bij de loon- en inkomensheffing.
Beleidsmaatregelen zorgen voor een afname van de ontvangsten bij de vennootschapsbelasting in 2018 van – 0,1 miljard euro. Deze afname is een saldo van diverse maatregelen waaronder het effect van het aflopen van de liquiditeitsverruimende maatregelen voor bedrijven die in het verleden zijn genomen (– 0,3 miljard euro) en de al genoemde PEB-maatregel (+ 0,2 miljard euro). Onderdelen van het vpb-pakket ter invulling van de BEPS-taakstelling, met effecten in 2018, zijn onder andere de schijfverlenging van het de eerste tariefsschijf, het wijzigen van specifieke renteaftrekbeperkingen in de vpb en de aanpassing van de Innovatiebox.
Beleid met betrekking tot de premies werknemersverzekeringen leidt per saldo tot 1,8 miljard euro hogere ontvangsten in 2018. Daarvan betreft 1,7 miljard euro het effect van hogere zorgpremies die voor 2018 worden voorzien. De overige premies werknemersverzekeringen leiden in 2018 per saldo tot 0,1 miljard hogere ontvangsten.
In tabel 2.3.2 wordt de totale beleidsmatige mutatie in 2017 van 0,8 miljard uitgesplitst naar de opeenvolgende momenten waarop tot beleidmaatregelen is besloten zoals het Regeerakkoord, opeenvolgende Miljoenennota’s en tussentijdse beleidspakketten. Dit noemen we ook wel de «verticale mutaties» van de beleidsmatige ontwikkeling van de ontvangsten in 2018. Ook wordt zo inzichtelijk dat ook beleid van vòòr deze kabinetsperiode in 2018 nog budgettaire effecten heeft. Zo werkt bijvoorbeeld het effect van het aflopen van de verschillende liquiditeitsverruimende maatregelen voor bedrijven die in de jaren 2009, 2010 en 2011 zijn genomen nog door in 2018. Verder leidt het Begrotingsakkoord 2012 tot hogere ontvangsten in 2018 door maatregelen gericht op de woningmarkt en pensioenen.
| Beleid vorige kabinetten | – 189 | |
| waarvan liquiditeitsverruiming bedrijven | – 325 | |
| waarvan begrotingsakkoord 2012 (Lenteakkoord) | 130 | |
| waarvan overig | 6 | |
| Beleid Regeerakkoord Rutte II | 78 | |
| (ander) beleid nieuw meegenomen in MN2014 | 191 | |
| waarvan energieakkoord | 200 | |
| waarvan overig | – 9 | |
| Beleid nieuw meegenomen in MN2015 | – 93 | |
| Beleid nieuw meegenomen in MN2016 | – 71 | |
| Beleid nieuw meegenomen in MN2017 | 2.545 | |
| waarvan kaseffecten Pensioen in eigen beheer | – 1.075 | |
| waarvan arbeidsmarktpakket | 932 | |
| waarvan aanpassingen kamerbehandeling BP2016 | 126 | |
| waarvan aanpassingen kamerbehandeling BP2017 | 111 | |
| waarvan vereenvoudigingswestsvoorstel 2017 | – 131 | |
| waarvan zorgpremies | 2.592 | |
| waarvan overig | – 11 | |
| Beleid nieuw meegenomen in MN2018 | – 1.673 | |
| waarvan uitstel arbeidsmarktpakket | – 787 | |
| waarvan koopkrachtpakket 2018 | – 92 | |
| waarvan dekking zorgpremies bedrijfsleven | 99 | |
| waarvan zorgpremies | – 718 | |
| waarvan overig | – 175 | |
| Totaal | 787 | |
Het Regeerakkoord zorgt voor 0,1 miljard euro hogere ontvangsten in 2018. Het gaat om de optelsom van een aantal kleinere maatregelen. Daar maken het beperken van het tarief van de hypotheekrenteaftrek en de terugsluis daarvan onderdeel van uit. Beleid verwerkt in de Miljoenennota’s van de jaren daarna heeft (ook) geen substantiële effecten op de ontvangsten in 2018, uitgezonderd de in het Energieakkoord opgenomen verhoging van de tarieven in de energiebelasting die verwerkt is in Miljoenennota 2014 (opgenomen in Belastingplan 2018).
Beleid dat voor het eerst tot uiting komt in Miljoenennota 2018 is onder meer het (gedeeltelijke) uitstel van het arbeidsmarktpakket door het controversieel verklaren van de maatregel compensatie transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Daardoor komen de premies werknemersverzekeringen beleidsmatig lager uit (– 0,8 miljard euro). Het koopkrachtpakket 2018 zorgt per saldo voor 0,1 miljard euro lagere ontvangsten. Ten slotte is de verwachte ontwikkeling van de zorgpremies in 2018 met 0,7 miljard euro neerwaarts bijgesteld ten opzichte van de verwachting daarover bij de vorige Miljoenennota.
| Belastingen en premies op EMU-basis | Belastingen en premies op transactiebasis | Lastenontwikkeling | |
|---|---|---|---|
| Zorgpremies (nominale premie + IAB) | 1.713 | 1.713 | 1.713 |
| Zorgtoeslag | 0 | 0 | – 635 |
| Sectorfondspremies | 60 | 60 | 60 |
| Totaal PEB | – 1.084 | – 1.668 | – 6 |
| Liquiditeitsverruimende maatregelen | – 327 | – 346 | – 2 |
| Participatie- en inkomensbeleid | – 10 | – 10 | – 10 |
| Milieu- en autobelastingen | 206 | 207 | 207 |
| Pensioengerelateerde maatregelen | 96 | 96 | 96 |
| btw | 27 | 27 | – 16 |
| Budgetsystematiek WBSO | 42 | 42 | 0 |
| SDE+ | 0 | 0 | 396 |
| Overig | 64 | – 102 | – 141 |
| Totaal | 787 | 19 | 1.662 |
2.4 Meerjarige ontvangstenraming
De ontwikkeling van de belasting- en premieontvangsten voor de periode 2017–2021 is weergegeven in tabel 2.4.1. De ramingen voor 2017 en 2018 zijn in voorgaande paragrafen toegelicht.
| 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal belasting- en premieontvangsten op EMU-basis | 270,2 | 282,5 | 294,9 | 306,3 | 317,5 | |
| waarvan belastingen op kasbasis | 166,8 | 169,4 | 178,6 | 187,3 | 194,3 | |
2.5 De belastingraming 2017-2018
Tabel 2.5.1 bevat een gedetailleerd overzicht van de raming van de belasting- en premieontvangsten 2017 en 2018 op EMU-basis.
| Vermoedelijke uitkomsten 2017 | Ontwerpbegroting 2018 | |
|---|---|---|
| Indirecte belastingen | 83.757 | 87.186 |
| Invoerrechten | 3.209 | 3.389 |
| Omzetbelasting | 50.197 | 52.814 |
| Belasting op personenauto's en motorrijwielen | 1.876 | 1.793 |
| Accijnzen | 11.709 | 11.891 |
| – Accijns van lichte olie | 4.291 | 4.322 |
| – Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie | 3.874 | 3.968 |
| – Tabaksaccijns | 2.442 | 2.487 |
| – Alcoholaccijns | 313 | 310 |
| – Bieraccijns | 441 | 449 |
| – Wijnaccijns | 348 | 355 |
| Belastingen van rechtsverkeer | 5.162 | 5.265 |
| – Overdrachtsbelasting | 2.748 | 2.755 |
| – Assurantiebelasting | 2.414 | 2.510 |
| Motorrijtuigenbelasting | 4.026 | 4.143 |
| Belastingen op een milieugrondslag | 5.008 | 5.228 |
| – Afvalstoffenbelasting | 87 | 90 |
| – Energiebelasting | 4.643 | 4.857 |
| – Waterbelasting | 278 | 282 |
| – Brandstoffenheffingen | 0 | 0 |
| Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a. | 263 | 267 |
| Belasting op zware motorrijtuigen | 170 | 174 |
| Verhuurderheffing | 1.664 | 1.750 |
| Bankbelasting | 473 | 473 |
| Directe belastingen | 83.701 | 82.922 |
| Inkomstenbelasting kas | – 2.315 | – 3.510 |
| Loonbelasting kas | 59.157 | 58.944 |
| Dividendbelasting | 3.212 | 3.250 |
| Kansspelbelasting | 503 | 540 |
| Vennootschapsbelasting | 21.292 | 21.768 |
| – Gassector kas | 200 | 150 |
| – Niet-gassector kas | 21.092 | 21.618 |
| Erf- en schenkbelasting | 1.850 | 1.931 |
| Overige Belastingontvangsten | 194 | 183 |
| – Belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland | 154 | 157 |
| Totaal belastingen | 167.652 | 170.291 |
| Premies volksverzekeringen (EMU) | 41.945 | 47.116 |
| Premies werknemersverzekeringen | 60.587 | 65.117 |
| – waarvan zorgpremies | 36.680 | 38.547 |
| Totaal belasting- en premieontvangsten op EMU-basis | 270.184 | 282.525 |
Tabel 2.5.2 bevat een gedetailleerd overzicht van de raming van de belasting- en premieontvangsten 2017 en 2018 op kasbasis met op de laatste regels de aansluiting naar de totaalraming op EMU-basis.
| Vermoedelijke uitkomsten 2017 | Ontwerpbegroting 2018 | |
|---|---|---|
| Indirecte belastingen | 83.296 | 86.443 |
| Invoerrechten | 3.195 | 3.375 |
| Omzetbelasting | 49.757 | 52.133 |
| Belasting op personenauto's en motorrijwielen | 1.888 | 1.798 |
| Accijnzen | 11.711 | 11.875 |
| – Accijns van lichte olie | 4.283 | 4.318 |
| – Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie | 3.880 | 3.962 |
| – Tabaksaccijns | 2.440 | 2.482 |
| – Alcoholaccijns | 314 | 311 |
| – Bieraccijns | 446 | 449 |
| – Wijnaccijns | 349 | 355 |
| Belastingen van rechtsverkeer | 5.123 | 5.246 |
| – Overdrachtsbelasting | 2.700 | 2.743 |
| – Assurantiebelasting | 2.423 | 2.503 |
| Motorrijtuigenbelasting | 4.039 | 4.129 |
| Belastingen op een milieugrondslag | 5.015 | 5.224 |
| – Afvalstoffenbelasting | 86 | 89 |
| – Energiebelasting | 4.651 | 4.853 |
| – Waterbelasting | 278 | 282 |
| – Brandstoffenheffingen | 0 | 0 |
| Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a. | 263 | 266 |
| Belasting op zware motorrijtuigen | 167 | 173 |
| Verhuurderheffing | 1.664 | 1.750 |
| Bankbelasting | 473 | 473 |
| Directe belastingen | 83.345 | 82.812 |
| Inkomstenbelasting kas | – 2.315 | – 3.510 |
| Loonbelasting kas | 58.805 | 58.836 |
| Dividendbelasting | 3.212 | 3.250 |
| Kansspelbelasting | 500 | 538 |
| Vennootschapsbelasting | 21.292 | 21.768 |
| – Gassector kas | 200 | 150 |
| – Niet-gassector kas | 21.092 | 21.618 |
| Erf- en schenkbelasting | 1.850 | 1.931 |
| Overige Belastingontvangsten | 184 | 183 |
| – Belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland | 154 | 157 |
| Totaal belastingen | 166.826 | 169.438 |
| Premies volksverzekeringen kas | 41.920 | 46.909 |
| Premies werknemersverzekeringen | 60.587 | 65.117 |
| – waarvan zorgpremies | 36.680 | 38.547 |
| Aansluiting naar EMU-basis | 851 | 1.060 |
| Totaal belasting- en premieontvangsten op EMU-basis | 270.184 | 282.525 |
Noot 1: De belasting en premie volksverzekeringen op EMU-basis zijn voor de meeste ontvangstensoorten gelijk aan de 1-maands verschoven ontvangsten op kasbasis. Dit betekent dat de ontvangsten op EMU-basis voor een bepaald jaar worden bepaald door de kasontvangsten van februari van dat jaar tot en met januari van het daaropvolgende jaar. Op deze wijze wordt zo goed mogelijk de opbrengst benaderd die samenhangt met de economische transacties uit het lopende jaar. Alleen de erf- en schenkbelasting, de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting en de inkomensheffing zijn hiervan uitgezonderd. Voor deze belastingsoorten geldt dat EMU-basis gelijk is aan kasbasis, omdat voor deze belastingsoorten de 1-maands verschoven ontvangsten op kasbasis geen betere aansluiting vormt met de onderliggende economische transacties.
Noot 2: De loonheffing is een voorheffing van de inkomensheffing, particulieren dragen maandelijks loonbelasting af op basis van hun inkomen uit arbeid. Op basis van de belastingaangifte na afloop van het jaar wordt bepaald hoeveel belasting in totaal verschuldigd is. Bij de inkomensheffing voor particulieren hebben de ontvangsten dan ook betrekking op bijtel- en aftrekposten en heffingskortingen die niet via de loonheffing zijn verrekend. Bij de zelfstandigen wordt de ontwikkeling van de inkomensheffing daarnaast ook bepaald door de winstontwikkeling.
Noot 3: Naast de bpm en MRB heeft Autobrief II ook effect op de bijtelling voor de inkomstenbelasting.
Noot 4: Met dit in 2016 gepresenteerde pakket beoogt het kabinet een aantal knelpunten in de Wet werk en zekerheid (Wwz) weg te nemen.
Noot 5: Voor de raming van de belasting- en premieontvangsten ten behoeve van het EMU-saldo voor 2018 zijn dat de relevante kasontvangsten in de maanden van februari 2018 tot en met januari 2019. De inkomensheffing, de vennootschapsbelasting, erf- en schenkbelasting en de dividendbelasting zijn uitzonderingen. Voor deze belastingsoorten is de EMU-basis gelijk aan kasbasis (januari tot en met december).
Noot 6: Het effect op het inkomstenkader in enig jaar wordt ook wel het lastenrelevante effect van beleidsmaatregelen in dat jaar genoemd. Formeel is er geen inkomstenkader in 2018. Wel heeft het kabinet de beleidsmatige astenontwikkeling voor 2017 en 2018 ten opzichte van de Macro Economische Verkenning 2017 constant gehouden.
Noot 7: Het relevante effect van deze maatregel voor inkomstenkader slaat neer in 2017 en betreft de contante waarde van de langjarige kasstroom (62 miljoen euro).
Noot 8: In het jaren waarin de liquiditeitsverruimende maatregelen zijn genomen, oftewel de betreffende transactiejaren 2009, 2010 en 2011, waren deze maatregelen wel relevant voor het inkomstenkader.
